Leeswijzer

De jaarstukken bestaan uit een beleidsmatig en uit een financieel gedeelte, respectievelijk het jaarverslag en de jaarrekening.

Het jaarverslag

Het beleidsmatige gedeelte volgt de programma-indeling, waarbij de financiële informatie binnen die programma's op het niveau van taakvelden is opgenomen. Deze taakvelden zijn voorgeschreven vanuit het BBV. Naast de 9 beleidsprogramma's is er een 'programma' algemene dekkingsmiddelen en is er een overzicht van overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Het overzicht overhead geeft inzicht in de kosten van alle overhead die niet rechtstreeks aan de uitvoeringsprogramma's toe te rekenen is. Onder de overhead vallen (o.a.) kosten voor directie, management, financiën, Human Resource Management (HRM), facilitaire zaken, informatievoorziening en communicatie.

De jaarstukken 2017 volgen in opzet de begroting 2017. Op enkele onderdelen is gekozen voor een andere weergave om de informatiewaarde te vergroten. Nieuw in de opzet van de jaarstukken 2017 is dat er per programma een overzicht is opgenomen van de investeringen. Ook worden de verstrekte subsidies over 2017 per programma weergegeven.

Indicatoren en streefwaarden
Gekoppeld aan de eerder genoemde uniforme taakvelden is vanaf de Begroting 2017 vanuit het BBV een set van beleids- of prestatie-indicatoren voorgeschreven die gemeenten in de begroting en jaarrekening ten minste moeten gebruiken. De indicatoren geven inzicht in (de vergelijkbaarheid van) de beleidsprestaties en zijn objectief meetbaar. De gegevens zijn via landelijke bronnen voor alle gemeenten beschikbaar en vragen dus niet om een eigen/nieuw registratiesysteem. Al deze gegevens zijn voortaan te raadplegen via www.waarstaatjegemeente.nl. Alle gemeenten zijn verplicht om de basisset van beleidsindicatoren onder te brengen binnen de programma’s.

Naast de basisset is een facultatieve lijst met indicatoren beschikbaar, waarvoor landelijke data (nog) ontbreken. Gemeenten moeten hiervoor zelf de registratie organiseren. In tegenstelling tot de verplichte indicatoren zijn de facultatieve indicatoren wat minder feitelijk te meten. Ze hebben een bepaalde subjectiviteit in zich zoals een gevoel of waardering. Deze gegevens komen uit de Gorcumse burgerpeiling. Voorbeelden zijn de mate waarin de gemeentelijke dienstverlening wordt gewaardeerd door ondernemers en inwoners en het veiligheidsgevoel van onze inwoners.

De indicatoren geven nu een neutrale weergave van metingen. Hieraan is nog geen ambitie gekoppeld. Ten aanzien van het opnemen van ‘streefwaarden’ ‘normen’ of ‘ambities’ van de (prestatie)indicatoren is het aan te bevelen om deze, zo mogelijk, te betrekken bij de evaluatie over de opzet van de begroting. Vanuit het BBV is het opnemen van een streefwaarde bij de indicatoren overigens niet verplicht gesteld. In de jaarrekening zijn 2 indicatoren vervallen, te weten "bruto gemeentelijk product" en "aantal achterstandsleerlingen". Deze cijfers worden niet meer beschikbaar gesteld door waar-staat-je-gemeente.

Programmaverantwoording
De programmaverantwoording bestaat per programma uit de zogenaamde ‘3 W-vragen’. De gebruikelijke 3 W-vragen zijn gehandhaafd omdat dit een goede verdiepingsslag aanbrengt van abstract naar concreet niveau.

  1. Wat hebben we bereikt?
  2. Wat hebben we daarvoor gedaan?
  3. Wat heeft dit gekost?

Per programma is steeds een overkoepelend doel geformuleerd onder de kop "Wat hebben we bereikt". Hierbij is aangegeven welke beleidskaders een rol hebben gespeeld bij het realiseren van dat doel. Wat we in 2017 hebben gedaan om het programmadoel te bereiken is verder uitgewerkt in de overzichten met concrete acties en reguliere taken. Onder het kopje "Wat heeft dit gekost" worden de baten en lasten per programma gepresenteerd. Ook de aan het programma gerelateerde investeringen en subsidies worden hier gepresenteerd. In elk programma zijn diverse partners/partijen opgenomen die hebben bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van dat programma.

Paragrafen
Na de programmaverantwoording volgen de paragrafen. Deze geven een dwarsdoorsnede van de jaarstukken, bezien vanuit een bepaald beleidsterrein. Het gaat met name om beheersmatige aspecten die grote (beleidsmatige en/of financiële) gevolgen hebben gehad en/of van belang zijn geweest voor het realiseren van de programma's.

De jaarrekening

Het financiële gedeelte gaat in op de grondslagen voor de jaarrekening. Daarnaast biedt dit hoofdstuk diverse financiële overzichten, zoals het totaaloverzicht van lasten en baten, het overzicht met incidentele baten en lasten en het structurele begrotingsevenwicht. Tot slot volgt de balans met een toelichting op de diverse balansposten en een overzicht volgens de Wet Normering Topinkomens (WNT).

Bijlagen
In de bijlagen zijn de overzichten van reserves, voorzieningen en investeringen opgenomen. Een lijst met gehanteerde afkortingen maakt deze jaarstukken compleet.

Gorinchem, 15 mei 2018.