Renterisico's

Een gemeente moet haar renterisico's beheersen door middel van onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet

De overheid stelt grenzen aan het totaal van kort geld (kasgeld), omdat rentefluctuaties grote gevolgen kunnen hebben voor de rentelasten in de (meerjaren)begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kasgeldlimiet

10.934

10.934

10.934

10.934

Kasgeld

-791

3.675

-601

-685

Ruimte onder kasgeldlimiet

11.725

7.259

11.535

11.619

In verband met positieve kasgelden in kwartaal 1, kwartaal 3 en kwartaal 4 is in deze kwartalen de ruimte ten opzichte van de kasgeldlimiet ruim € 11 miljoen. In kwartaal 2 is de ruimte € 7,2 miljoen. Hiermee voldoen we ruimschoots aan de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm

De renterisiconorm beperkt de omvang van de jaarlijkse aflossingen en de leningen die voor renteherziening in
aanmerking komen. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2017

2018

2019

2020

Renterisiconorm

25.651

25.855

24.818

22.451

Aflossingen

12.004

21.269

13.076

7.712

Ruimte onder renterisiconorm

13.647

4.586

11.742

14.739

Uit bovenstaande tabel blijkt dat wij binnen de grenzen van de renterisiconorm opereren aangezien er elk jaar ruimte is.