Overzicht lokale heffingen

De drie belangrijkste lokale heffingen zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Onderstaand wordt ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten 2017 voor deze heffingen. Daarnaast wordt kort stilgestaan bij de achtergronden en uitgangspunten van de overige belastingen, heffingen en rechten.

OZB
De OZB is verreweg de belangrijkste gemeentelijke belasting. De opbrengst behoort tot de algemene dekkingsmiddelen en mag vrij worden besteed.

De OZB-tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken en worden berekend door de geraamde opbrengst te delen door de te belasten waarde, ofwel het heffingsareaal. De waarde wordt getaxeerd conform de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. De taxaties zijn gebaseerd op het marktniveau op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. Zoals gebruikelijk zijn de waardeschommelingen vereffend via de tarieven, zodat de hertaxatie zelf niet heeft geleid tot een verhoging van de belastingdruk. Wel is een reguliere inflatiecorrectie toegepast, bestaande uit de CPB index en een opslag van 1%, samen groot 2,4%.

Tarieven onroerende zaakbelasting

2016

2017

woningen: eigenaar

0,1371%

0,1338%

niet woningen: eigenaar

0,3062%

0,30482%

niet woningen: gebruiker

0,2458%

0,2480%

Afvalstoffenheffing
De kosten van de afvalinzameling en -verwerking van particuliere huishoudens worden via de afvalstoffenheffing verhaald. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Bij de tariefstelling wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Het uitgangspunt hierbij is dat de éénpersoonshuishoudens een korting van 20% wordt verleend op het meerpersoonstarief.

Tarieven afvalstoffenheffing

2016

2017

éénpersoonshuishoudens

181

181

meerpersoonshuishoudens

226

226

In de onderstaande tabel is de omvang en het dekkingspercentage van de afvalstoffenheffing weergegeven.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Kosten taakveld (en), inclusief (omslag) rente
Inkomsten taakveld (en), exclusief heffingen
Netto kosten taakveld

3.547
-381
3.166

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

Totale kosten

162
3.328

Opbrengst heffingen

3.253

Dekkingspercentage

98%

Rioolbelasting
Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplicht te bekostigen kan de gemeente ingevolge artikel 228a van de Gemeentewet rioolbelasting heffen. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Tot de kosten die gedekt worden uit de rioolbelasting worden naast de kosten voor rioolbeheer en onderhoud ook 50% van de kosten van straatreiniging en 20% van de kosten van waterbeheersing gerekend. Net als bij de afvalstoffenheffing wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen per 150 m3 waterverbruik een vast tarief dat gelijk is aan het meerpersoonstarief.

Tarieven rioolbelasting

2016

2017

éénpersoonshuishoudens

176

176

meerpersoonshuishoudens

220

220

bedrijven per 150 m3 waterverbruik

220

220

grootverbruikers per 150 m3 waterverbruik

85

85

In de onderstaande tabel is de omvang en het dekkingspercentage van de rioolbelasting weergegeven.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Kosten taakveld (en), inclusief (omslag) rente
Inkomsten taakveld (en), exclusief heffingen
Netto kosten taakveld

3.475
91
3.566

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

Totale kosten

495
4.061

Opbrengst heffingen

3.876

Dekkingspercentage

100%

Hondenbelasting
Hondenbelasting wordt geheven voor het houden van een hond. De hondenbelasting is een ongebonden heffing waarvan de opbrengst naar de algemene middelen vloeit. De tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie + 1%, samen 2,4%.

Tarieven hondenbelasting

2016

2017

eerste hond

121

124

elke volgende

137

140

kennel

200

205

RZB
De RZB is qua heffing te vergelijken met de OZB, met dien verstande dat de RZB wordt geheven voor roerende woon- en verblijfsruimten. De tarieven zijn wettelijk gekoppeld aan de OZB-tarieven. Het heffingsareaal van de RZB is beperkt van omvang en omvat alleen de ruim 70 woonarken.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie + 1%, zijnde in totaal 2,4%.

Met ingang van 2016 wordt ook precariobelasting geheven voor ondergrondse kabels en leidingen van nutsbedrijven. Deze heffing is ingevoerd ter compensatie van het vervallen van de concessievergoeding die tot en met 2015 jaarlijks van Stedin werd ontvangen. In 2017 is een wetswijziging van kracht geworden waarmee de mogelijkheid om precariobelasting te heffen op nutsnetwerken is afgeschaft. Voor gemeenten die al precariobelasting voor dergelijke netwerken berekenen geldt een overgangstermijn van 5 jaar, zodat de belasting nog tot en met 2021 kan worden geheven. Daarna ontstaat er een structureel tekort van circa € 350.000. In de meerjarenraming is hierop reeds geanticipeerd.

Leges en overige rechten
Bij leges betreft het vaak rechten op grond van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het betreft dan bijvoorbeeld het behandelen van verzoeken om verlening van een vergunning en het verstrekken van een paspoort of rijbewijs. Sommige legestarieven (zoals die van paspoorten en rijbewijzen) zijn gebonden aan wettelijke maxima en kunnen dus alleen worden verhoogd in de mate waarin het Rijk het toestaat. De overige tarieven, waarvan de belangrijkste zijn de leges voor diverse soorten (omgevings-)vergunningen, huwelijksleges en leges voor verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA), zijn verhoogd met de inflatiecorrectie + 1%, zijnde in totaal 2,4%.

In de onderstaande tabel is de omvang en het dekkingspercentage van de leges weergegeven.

Bedragen (in € x 1.000)

Omgevingsvergunningen

Publiekszaken

Overige leges

Totaal leges

Lasten taakveld (en) incl. (omslagrente)

678

460

21

1.160

Toe te rekenen lasten (overhead)
Totale kosten

333
333

779
779

0
0

1.112
2.272

Opbrengst heffingen

1.645

719

23

2.387

Dekkingspercentage

105%

Van de overige rechten zijn de markt- en kadegelden ook verhoogd met 2,4%.

In de onderstaande tabel is de omvang en het dekkingspercentage van de overige rechten weergegeven.

Bedragen (in € x 1.000)

Omgevingsvergunningen

Publiekszaken

Overige leges

Totaal leges

Lasten taakveld (en) incl. (omslagrente)

395

21

166

582

Toe te rekenen lasten (overhead)
Totale kosten

184
184

17
17

32
32

233
815

Opbrengst heffingen

0

40

147

187

Dekkingspercentage

23%

Gerealiseerde inkomsten lokale heffingen
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de werkelijke inkomsten 2017 zich verhouden tot de begrote inkomsten 2017.

Heffingssoort (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2016

Begroting 2017 primitief

Begroting 2017 na wijziging

Jaarrekening 2017

Algemene dekkingsmiddelen:

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

8.967

9.090

9.090

9.074

Roerende-zaakbelasting (RZB)

16

15

15

16

Hondenbelasting

247

263

263

252

Parkeerbelastingen straatparkeren

1.739

2.234

1.826

1.713

Precariobelasting

464

485

485

466

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

11.433

12.087

11.679

11.521

Gebonden heffingen:

Afvalstoffenheffing

3.194

3.239

3.239

3.253

Rioolbelasting

3.823

3.811

3.811

3.876

Leges

1.430

1.587

1.847

2.372

Lijkbezorgingsrechten

419

424

424

132

Marktgelden

40

75

75

40

Kadegelden

22

40

140

147

Subtotaal gebonden heffingen

8.928

9.176

9.536

9.820

Totaal geraamde inkomsten lokale heffingen

20.361

21.263

21.215

21.341